Het is een doodgewoon vakantiekiekje op het strand. Kindjes in rode strandkleding, een groen bootje, het blauw van de zee en de lucht. Doodgewoon, totdat je je realiseert dat de kleurenfoto zo’n 100 jaar geledenĀ is gemaakt. “Het is meestal een verrassing dat er in 1907 al kleurenfotografie was”, zegt Hans Rooseboom van het Rijksmuseum.
De techniek was in 1907 uitgevonden door de gebroeders LumiĆØre. Voor het eerst was er een werkbare methode om “de photographische plaat te dwingen, zich van haar enkelkleurig kleed te ontdoen en zich in het veelkleurige, het natuurkleurige aan onze oogen te vertoonen”, jubelde het Algemeen Handelsblad.
“Nergens een harde overgang, alles harmonie en brillant. De zachte kleuren komen geheel met die der natuur overeen”, oordeelde De Telegraaf. “De fotoās hebben zulk een kleurenpracht, dat de beschouwer bijna geen woorden vinden kan om aan zijn bewondering uitdrukking te geven.”
De kwetsbaarheidĀ van de eerste kleurenfoto’s is een van de redenen dat de techniek niet algemeen bekend werd. Ook waren de kosten hoog en was de belichtingstijd zestig keer langer dan bij zwart-witfotografie. Daarnaast konden met deze methode geen reproducties gemaakt worden.
Daardoor was verspreiding moeilijk en de methode commercieel niet interessant. “Beroepsfotografen wilden fotoās hebben die je in oplage kon reproduceren. Klanten wilden meerdere afdrukken hebben van familieportretten of bedrijfsreportages. Dat kon met dit procedĆ© niet. Het waren daarom vooral amateurs die voor hun plezier autochromes maakten.”
Beroepsfotografen keken zelfs neer op deze kleurenfotografie. “Het was een soort omgekeerd minderwaardigheidscomplex”, denkt Rooseboom. “Autochroomplaatjes kun je alleen maar ontwikkelen en verder niks. Niet retoucheren of afdrukken op ander papier voor een ander effect. Fotografen wilden graag als kunstenaars erkend worden en dan moest je iets kunnen toevoegen aan wat het apparaat voor jou had gedaan. Anders was het te mechanisch, een trucje. Men hechtte aan het vakmanschap, het technisch meesterschap.”
Bovendien werden al die kleuren maar als vulgair beschouwd. Men vond het al snel bont en schreeuwerig vergeleken bij zwart-wit. “Zwart-wit was allemaal heel ingetogen en opeens kreeg men kleur. Dat kan ook te veel worden, vond men.